IPA-klanken

Spraakanatomie

Leer welke spraakanatomie je gebruikt om IPA-klanken te maken.

Terug naar klanken
Vocal Anatomy
Plosive

Occlusief (plosief)

Geblokkeerd en dan losgelaten (stopklank)

Je stopt de luchtstroom heel even volledig en laat die daarna plotseling los.

Bouw luchtdruk op en laat de lucht eruit ploppen.
Nasal

Nasaal

Lucht door de neus

Je houdt de lucht in je mond tegen, en die stroomt helemaal door je neus naar buiten.

Houd de lucht in je mond tegen en laat die door je neus naar buiten stromen.
Trill

Triller

Rollend / trillend

De lucht laat het puntje van je tong of je huig snel trillen.

Gebruik de lucht om het deel in je mond te laten rollen of trillen.
Tap / flap

Tap / flap

Snelle tongtik

Je tong maakt één enkele, heel snelle tik tegen het gehemelte.

Tik één keer snel met je tong.
Fricative

Fricatief

Nauwe luchtstroom (wrijving)

Je perst lucht door een heel nauwe opening, waardoor een aanhoudende sissende of zoemende wrijving ontstaat.

Pers de lucht er continu uit zonder hem helemaal te blokkeren.
Affricate

Affricaat

Plofklank plus wrijving

De klank begint met een volledige afsluiting en laat de lucht daarna langzaam met wrijving los.

Blokkeer de lucht en pers die daarna langzaam naar buiten.
Approximant

Approximant

Vloeiende luchtstroom

Je monddelen komen dicht bij elkaar, maar laten genoeg ruimte over voor een vloeiende, stille luchtstroom.

Breng de delen dicht bij elkaar, maar houd de luchtstroom vloeiend.
Lateral

Laterale approximant

Lucht langs de zijkanten

Je tong blokkeert het midden van je mond, zodat de lucht langs de zijkanten stroomt.

Raak met je tong je gehemelte aan en laat de lucht langs de zijkanten passeren.
Bilabial

Bilabiaal

Beide lippen

Je maakt de klank door beide lippen tegen elkaar te brengen.

Gebruik beide lippen.
Labiodental

Labiodentaal

Onderlip en boventanden

Je maakt de klank door je onderlip tegen je boventanden te houden.

Raak je boventanden aan met je onderlip.
Dental

Dentaal

Tanden

Het puntje van je tong raakt de achterkant of onderkant van je bovenste voortanden.

Zet je tong tegen of tussen je voortanden.
Alveolar

Alveolair

Richel achter je boventanden

Je tongpunt raakt de harde richel net achter je bovenste voortanden.

Plaats je tong net achter je boventanden.
Postalveolar

Postalveolair

Achter de tandvleesrand

Je plaatst je tong net iets verder naar achteren dan de tandvleesrand.

Trek je tong iets terug van je tanden.
Retroflex

Retroflex

Naar achteren gekrulde tong

Je krult het puntje van je tong omhoog en naar achteren, richting het harde gehemelte.

Krul het puntje van je tong naar achteren.
Palatal

Palataal

Hard gehemelte

Het midden van je tong gaat omhoog naar het harde gehemelte.

Til het midden van je tong op naar je gehemelte.
Velar

Velair

Zacht gehemelte

De achterkant van je tong gaat omhoog naar het zachte deel achter in je mond.

Til de achterkant van je tong op.
Uvular

Uvulair

Huig

Het achterste deel van je tong komt bij de huig, het kleine vlezige hangende stukje achter in je mond.

Maak de klank ver achter in je mond, dicht bij het kleine hangende stukje.
Pharyngeal

Faryngaal

Keelholte

De tongwortel beweegt naar achteren, diep je keel in.

Span de spieren diep in je keel aan.
Glottal

Glottaal

Stembanden

Je stembanden, diep in je keel bij je luchtpijp, sturen de klank.

Maak de klank diep in je keel.
Voiceless

Stemloos

Stem uit

De stembanden trillen niet. Je gebruikt alleen lucht.

Gebruik alleen lucht, niet je stem.
Voiced

Stemhebbend

Stem aan

Je stembanden trillen om een toon te maken.

Voel een gezoem of trilling in je keel.
Aspirated

Geaspireerd

Extra luchtstootje

Een krachtige luchtstoot komt mee met de klank.

Adem krachtig uit terwijl je de klank maakt.
Front

Voorklinker

Tong naar voren

Het hoogste deel van je tong beweeg je naar voren.

Duw het grootste deel van je tong naar voren.
Central

Centrale klinker

Tong in het midden

Je tong ligt in een centrale, ontspannen positie.

Houd je tong helemaal ontspannen in het midden.
Back

Achterklinker

Tong naar achteren

Je trekt het hoogste deel van je tong naar achteren in je mond.

Trek het grootste deel van je tong naar achteren.
Close

Hoge klinker (gesloten)

Mond bijna gesloten

Je tong ligt hoog, heel dicht bij het verhemelte.

Houd je kaak bijna helemaal gesloten.
Mid

Middenklinker

Halfopen mond

Je tong en kaak staan in een neutrale, middelste positie.

Doe je mond half open.
Open

Lage klinker (open)

Wijd open mond

Je tong ligt laag en je kaak zakt ver naar beneden.

Laat je kaak zakken en doe je mond wijd open.
Rounded

Geronde klinker

Lippen gerond

Je duwt je lippen naar voren in een ronde vorm.

Rond je lippen zachtjes alsof je kust.
Unrounded

Ongeronde klinker

Ontspannen lippen

Je lippen zijn gespreid of rusten op een natuurlijke manier.

Houd je lippen ontspannen of spreid ze in een lichte glimlach.
Nasalized

Genasaliseerde klinker

Neusklinker

De lucht stroomt tegelijk via je mond en je neus naar buiten.

Laat je zachte gehemelte zakken zodat er lucht je neus in kan.

Welkom terug!

Log in om door te gaan

Nog geen account? Registreren